Hoofdstuk 5 Bodem - Fysisch-chemische parameters

5.1 Informatie over de metingen

Eens in de drie jaar worden monsters genomen van het bodemmateriaal in de Westerschelde. Figuur 5.1 laat de 12 bemonsteringslocaties zien die in 2016 zijn gebruikt. De locatie Walcheren 2 km uit de kust is sinds 2010 niet meer gemeten. Resultaten van dit station zijn terug te vinden in de Eerstelijnsrapportage 2010. Na 2019 zijn er weer enkele aanpassingen gemaakt aan de meetstrategie, waardoor sindsdien afgeweken is van het driejaarlijks meetpatroon bij de meeste stations. Sommige gegevens van korrelgrootteverdelingen die in de Scheldemonitor zijn opgenomen, zijn verwarrend of verouderd. Sinds 2024 is hierover opheldering ontstaan en zijn de correcte gegevens in de rapportage opgenomen.

Ligging van de meetstations voor het bodemmateriaal

Figuur 5.1: Ligging van de meetstations voor het bodemmateriaal

5.2 Korrelgrootteverdeling

Korrelgrootte is een maat voor de diameter van sedimentdeeltjes en is een belangrijke parameter om de fysieke eigenschappen van de bodem te beschrijven. Wanneer de korrelgrootte groter is dan 63 µm spreken we van zand. Sediment met korrelgroottes tussen 2 en 63 µm wordt aangeduid als silt en bij korrelgroottes kleiner dan 2 µm wordt sediment geclassificeerd als klei. Omdat sediment doorgaans heterogeen is, wordt meestal de korrelgroottefractie vermeldt, dat wil zeggen, de fractie van het sediment dat zich binnen een range van bepaalde diameters bevindt. In de Eerstelijnsrapportage worden de volgende fracties opgenomen:

  • korrelgroottefractie > 63 µm (Figuur 5.2)
  • korrelgroottefractie tot 63 µm (Figuur 5.3)
  • korrelgroottefractie tot 16 µm (Figuur 5.4)
  • korrelgroottefractie tot 2 µm (Figuur 5.5)

Voordat de korrelgroottefractie wordt bepaald vindt er een zeving plaats over 63 µm. Voor de analyse van de korrelgroottefractie > 63 µm wordt het residu gebruikt. Voor de metingen van de overige korrelgroottefracties wordt het gezeefde materiaal gebruikt. De analyse wordt Voor het bepalen van de korrelgroottefractie tot 2 mu is de STIBOKA-methode gebruikt, laserdiffractie wordt toegepast om de korrelgroottefracies tot 16 µm, tot 63 µm en > 63 µm te bepalen.

Daarnaast is ook het percentage organisch koolstof meegenomen in deze rapportage (Figuur 5.6). Dit percentage is bepaald middels katalytische oxidatie.

Korrelgroottefractie > 63 µm in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.2: Korrelgroottefractie > 63 µm in het bodemsediment in de Westerschelde

Korrelgroottefractie tot 63 µm in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.3: Korrelgroottefractie tot 63 µm in het bodemsediment in de Westerschelde

Korrelgroottefractie tot 16 µm in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.4: Korrelgroottefractie tot 16 µm in het bodemsediment in de Westerschelde

Korrelgroottefractie tot 2 µm in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.5: Korrelgroottefractie tot 2 µm in het bodemsediment in de Westerschelde

Percentage organisch koolstof in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.6: Percentage organisch koolstof in het bodemsediment in de Westerschelde

5.3 Metalen

In Figuur 5.7 t/m Figuur 5.13 zijn de metalen in het bodemsediment in de Westerschelde weergegeven. Op de horizontale as zijn de stations gerangschikt van west (links) naar oost (rechts). Globaal gezien laten de meeste metalen laten op de meeste stations een afnemende trend in de tijd zien, die voor sommige metalen en stations sterker zijn dan voor andere. Daarnaast is voor sommige metalen (cadmium, chroom, koper, kwik en zink) te zien dat de hoeveelheid metaal in de richting van de Noordzee afneemt.

Arseen in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.7: Arseen in het bodemsediment in de Westerschelde

Cadmium in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.8: Cadmium in het bodemsediment in de Westerschelde

Chroom in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.9: Chroom in het bodemsediment in de Westerschelde

Koper in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.10: Koper in het bodemsediment in de Westerschelde

Kwik in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.11: Kwik in het bodemsediment in de Westerschelde

Lood in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.12: Lood in het bodemsediment in de Westerschelde

Zink in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.13: Zink in het bodemsediment in de Westerschelde

5.4 Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK’s)

De PAK’s zijn afzonderlijk weergegeven in Figuur 5.14 t/m Figuur 5.22. De PAK’s zijn in hogere gehaltes aanwezig richting de Vlaams-Nederlandse grens. Ook bij Hansweert boei OHMG zijn in het verleden hoge gehaltes gemeten. Er is geen consistente temporele trend waar te nemen, maar de gemiddeldes liggen in de periode na 2007 over het algemeen lager dan in de periode voor 2007.

Antraceen in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.14: Antraceen in het bodemsediment in de Westerschelde

Benzo(a)antraceen in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.15: Benzo(a)antraceen in het bodemsediment in de Westerschelde

Benzo(a)pyreen in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.16: Benzo(a)pyreen in het bodemsediment in de Westerschelde

Benzo(g,h,i)peryleen in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.17: Benzo(g,h,i)peryleen in het bodemsediment in de Westerschelde

Benzo(k)fluorantheen in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.18: Benzo(k)fluorantheen in het bodemsediment in de Westerschelde

Chryseen in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.19: Chryseen in het bodemsediment in de Westerschelde

Fenanthreen in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.20: Fenanthreen in het bodemsediment in de Westerschelde

Fluorantheen in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.21: Fluorantheen in het bodemsediment in de Westerschelde

Indeno(1,2,3-c,d)pyreen in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.22: Indeno(1,2,3-c,d)pyreen in het bodemsediment in de Westerschelde

5.5 Polychloorbifenylen (PCB’s)

De PCB’s in het bodemsediment worden zowel afzonderlijk als gesommeerd weergegeven. In Figuur 5.23 t/m Figuur 5.26 zijn de onderstaande PCB’s afzonderlijk weergegeven. In Figuur 5.27 is de sommatie van de PCB’s weergegeven. De verschillende PCB’s die in deze rapportage zijn gerapporteerd en gesommeerd zijn terug te vinden in tabel 5.1.

In eerdere rapportages zijn de volgende PCB’s afzonderlijk en als som gepresenteerd:

  • 2,2’,3,4,4’,5,5’-heptachloorbifenyl (PCB180)
  • 2,2’,3,4,4’,5’-hexachloorbifenyl (PCB138)
  • 2,2’,4,4’,5,5’-hexachloorbifenyl (PCB153)
  • 2,2’,4,5,5’-pentachloorbifenyl (PCB101)
  • 2,2’,5,5’-tetrachloorbifenyl (PCB52)
  • 2,3’,4,4’,5-pentachloorbifenyl (PCB118)
  • 2,4,4’-trichloorbifenyl (PCB28)
Tabel 5.1: Beschikbare PCB’s van bovenstaande lijst in gegevens.
x
2,2’,3,4,4’,5,5’-Heptachloorbifenyl (PCB180) in ug/kg drooggewicht in bodem/sediment
2,2’,3,4,4’,5’-Hexachloorbifenyl (PCB138) in ug/kg drooggewicht in bodem/sediment
2,4,4’-Trichloorbifenyl (PCB28) in ug/kg drooggewicht in bodem/sediment
2,2’,5,5’-Tetrachloorbifenyl (PCB52) in ug/kg drooggewicht in bodem/sediment

De PCB’s die in deze rapportage zijn meegenomen laten allen een vergelijkbaar beeld zien. De concentratie PCB’s neemt af in stroomafwaartse richting. Verder stroomopwaarts lijkt een afname in de hoeveelheid PCB’s over de tijd zichtbaar te zijn. Met name de stations Schaar van Ouden Doel, Bath boei 68 en Bath boei 71 laten deze afname zien.

PCB180 in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.23: PCB180 in het bodemsediment in de Westerschelde

PCB138 in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.24: PCB138 in het bodemsediment in de Westerschelde

De gegevens voor PCB153 ontbreken. Deze worden mogelijk in een volgende rapportage weer aangevuld.

De gegevens voor PCB101 ontbreken. Deze worden mogelijk in een volgende rapportage weer aangevuld.

PCB52 in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.25: PCB52 in het bodemsediment in de Westerschelde

De gegevens voor PCB118 ontbreken. Deze worden mogelijk in een volgende rapportage weer aangevuld.

PCB28 in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.26: PCB28 in het bodemsediment in de Westerschelde

Net als voor de afzonderlijke PCB’s neemt de totale hoeveelheid PCB’s in het bodemsediment af in de richting van de Noordzee (figuur 5.27). Met name bij de oostelijke stations Schaar van Ouden Doel, Bath boei 68 en Bath boei 71 is er een afname van totaal PCB in de tijd.

Som van de PCB's in het bodemsediment in de Westerschelde. Hier is de som genomen van alle PCB's die beschikbaar zijn in de database.

Figuur 5.27: Som van de PCB’s in het bodemsediment in de Westerschelde. Hier is de som genomen van alle PCB’s die beschikbaar zijn in de database.

5.6 Organotinverbindingen

Tributyltin is de enige organotinverbinding die wordt gemeten in het bodemsediment. In Figuur 5.28 is de hoeveelheid tributyltin over de jaren weergegeven per station. De gehaltes vanaf 2010 zijn op de meeste stations lager dan die van 2001 en 2004. Ruimtelijk gezien zijn er grote variaties. Tot en met 2010 is Tributyltin gemeten in de slibfractie van het bodemsediment, daarna in het totale sediment.

Tributyltin in het bodemsediment in de Westerschelde

Figuur 5.28: Tributyltin in het bodemsediment in de Westerschelde